De taxuskever, ook wel gegroefde lapsnuitkever genoemd, is ongeveer 9 tot 11 millimeter groot en deze soort is te herkennen aan de sterk gegroefde, korrelige dekschilden, het zeer bolle achterlijf en de voor alle snuitkevers karakteristieke verlengde kop.
Hoewel de kever veel voorkomt is het geen bekende verschijning in de tuin omdat de kever een nachtactieve soort is. Hij eet van het blad terwijl de larve van de wortels van de plant eet.
De taxuskever
Overdag verbergen de kevers zich onder bladeren, stukken hout en dergelijke. Hij kan niet vliegen of rennen. Taxuskevers hebben geen paring nodig om zich te vermenigvuldigen. De onbevruchte eieren worden rechtstreeks op de wortelhals van de plant afgezet, waarna zich een larve vormt, welke zich verpopt tot kever. Het zijn alleseters.
Zodra de kever is ontstaan, begint deze zich te voeden met bladeren van diverse gewassen, zoals Taxus, Rhododendrons, Hedera’s, Prunus lusitanica, Virbunum, Eonymus, fruitdragende gewassen en met bladeren van niet groenblijvende planten. De larven veroorzaken de meeste schade. Jonge larven voeden zich voornamelijk met de haarwortels. Oudere larven eten aan de grotere wortels en tasten de stengelbasis aan. Hierdoor stopt de sapstroom, wordt de plant geel en verdort uiteindelijk.














